Beste lezer, De Nederlandstalige literatuur doet iets heel goed, als je longlists begint te turven van de International Booker Prize – de prijs voor het beste, vertaalde fictieboek van het afgelopen jaar dat in Groot-Brittannië en Ierland is verschenen. Anjet Daanje werd deze week genomineerd met The remembered soldier (De herinnerde soldaat). Ze is geen uitzondering. Vorig jaar stond Astrid Roemer op de longlist, in 2024 Jente Posthuma (shortlist), in 2021 Jaap Robben en in 2020, als tussentijds vuurwerk, won Lucas Rijneveld de prijs met The discomfort of evening (De avond is ongemak). En nog: in 2019 stond Tommy Wieringa op de longlist, in 2017 Stefan Hertmans. Daanje is een favoriet. De Britten hebben een zwak voor oorlogsverhalen (zeker als er Britten in figureren) (en Belgen) en 'literaire fijnproeverskrenten'. Maar niet alleen het boek is eigenzinnig, met zijn lange zinnen en bijzondere stijl. Ook de schrijfster zelf is dat. Gesteld dat Daanje de shortlist haalt, is het maar de vraag of ze naar Londen reist. Daanje komt alleen naar een uitreiking als ze ‘s avonds gewoon weer thuis kan zijn, in Groningen, en in haar eigen bed kan slapen. Stel je voor, wat een charme: een internationale prijs winnen zonder daarbij je ritme te verliezen. |